Brommobiel examen 1
1.Recht achteruit rijden .Deze verrichting is bedoeld om de koersvastheid te beoordelen. De kandidaat moet twintig meter, met gelijkmatige snelheid achteruit rijden naar een vast punt. Het voertuig moet gestopt worden met de achterzijden binnen een halve meter van het opgegeven punt.>>>
2.Halve draai rechtsom. Hierbij moet de kandidaat het voertuig binnen de beschikbare ruimte, met een breedte van elf meter, in één keer in een vloeiende lijn naar rechts keren. Deze wijze van keren wordt vanuit een vooruit rijdend voertuig ingezet.
3.Halve draai linksom. Dezelfde verrichting als bij 'halve draai rechtsom' beschreven, maar dan linksom.
4.Fileparkeren voorwaarts. De kandidaat moet laten zien dat hij binnen een beperkte ruimte (een vak van twee-en-een-halve meter breed en tien meter lang) handig en beheerst zijn voertuig parkeert voor een denkbeeldige auto, om daarna weer voorwaarts weg te rijden.
5.Fileparkeren achterwaarts. Hierbij moet de kandidaat het voertuig achteruit parkeren in een vak van twee-en-een-halve meter breed en acht meter lang, om daarna weer voorwaarts weg te rijden.
6.Vakparkeren voorwaarts. De kandidaat moet met gedoseerde snelheid het voertuig recht in het vak van twee-en-een-halve meter breed en drie-en-een-halve meter lang parkeren, om daarna met een korte beweging achteruit het vak weg te rijden, met een bocht naar rechts.>>>
7.Vakparkeren achterwaarts. De kandidaat moet met gedoseerde snelheid het voertuig achterwaarts rijdend recht in het vak parkeren, om daarna met een korte beweging naar rechts vooruit uit het vak weg te rijden.
8.Uitwijkoefening voorwaarts. Bij deze oefening rijdt de kandidaat met een geringe snelheid, én correct sturend om een pylon, die zes meter uit de rijlijn ligt. Daarna wordt de oorspronkelijke rijlijn weer opgepakt en gevolgd.>>>
9.PrecisiestopHierbij komt de kandidaat aanrijden met een snelheid van ongeveer 35 kilometer per uur en voert een gelijkmatige remming uit en komt tot stilstand bij een poortje op zeventien meter van het punt waar de remming werd ingezet.
10.NoodstopBij deze oefening is het de bedoeling een maximale remming uit te voeren bij een snelheid van ongeveer 40 kilometer per uur, zonder de controle over het voertuig te verliezen.>>>
11.Stop in de bocht. De kandidaat moet met een snelheid van ongeveer 30 kilometer per uur een bocht inrijden en op het teken van de examinator door krachtig remmen tot stilstand komen. Hierbij mag het voertuig niet uit koers lopen en mogen de wielen niet blokkeren.
12.Keren door middel van steken. Het voertuig moet in een denkbeeldige straat (met een rijbaanbreedte van zes meter) vlot gekeerd worden, zonder te sturen bij stilstand. Na keren vervolgens weer wegrijden.



